Gordelgrasvink

Gordelgrasvink (Poephila cincta)

Grootte: ongeveer 11 centimeter.
Geslachtsonderscheid: Het verschil is erg moeilijk te zien. Een geoefend oog ziet het verschil aan de keelvlek. Bij de mannetjes is deze enigzins peervormig, bij de vrouwtjes langwerpig. De mannetjes zingen, de vrouwtjes niet.
Komt voor: Noordoost-Australië
Broed duur: ongeveer 11 tot 12 dagen.
Ringmaat: 2,5

Uiterlijk lijkt de vogel veel op de spitsstaartamadine maar hij heeft een veel kortere staart. Het kopje is van boven grijs met een zwarte keel- en borstvlek, die bij het mannetje iets breder is dan bij het vrouwtje. De vleugels zijn bruin, borst en buik roze-bruin. De snavel van de gordelgrasvink is zwart. De staartwortel is wit en de staart zelf zwart.

Deze vogel kan gehouden worden in een flinke kooi of volière, maar moet `s winters in een vorstvrije ruimte kunnen verblijven. Zijn voedsel bestaat uit een zaadmengsel voor vinken, groenvoer en levende miereneieren. Vanzelfsprekend is scherpe maagkiezel en grit noodzakelijk voor de vertering van de zaden. Vers drinkwater mag uiteraard nooit ontbreken.

De gordelgrasvink is een pittig vogeltje, dat toch goed met andere soorten zoals het zilverbekje en het Japanse meeuwtje in dezelfde kooi gehouden kan worden.

Share:

TOP