spitsstaartamadine

Spitsstaartamadine (Poephila acuticauda)

Grootte: ongeveer 15 tot 17 centimeter.
Geslachtsonderscheid: In de regel hebben de mannetjes een grotere zwarte bef dan de vrouwtjes en hebben zij een langere staart. De balts en zang van het mannetje zijn de enige echt betrouwbare aanwijzingen.
Komt voor: Australië.
Broed duur: ongeveer 11 tot 12 dagen.
Ringmaat: 2,7

Spitsstaartamadinen zijn, hoewel ze in hun streek van herkomst in grote groepen leven, niet geschikt om met meer dan een paartje samen gehouden te worden. Onderling kunnen ze uitgesproken agressief zijn. Met andere vogelsoorten kunnen ze zonder problemen samenleven, mits het niet gaat om verwante soorten zoals de gordelgrasvink en de masker amadine. Ook kleinere of tere vogelsoorten delven het onderspit als het mannetje van de  spitstaartamadinen al te fanatiek zijn territorium verdedigt. U houdt deze soort bij voorkeur bij soorten die wat groter zijn dan zijzelf.

Deze soort kan zowel in een (overkapte) buiten- als kamervolière gehouden worden. Zelfs in een ruime broedkooi doen deze dieren het doorgaans goed. Beplanting wordt erg op prijs gesteld.

Wanneer het binnenhok van de buitenvolière goed geïsoleerd is, is bijverwarming onder normale winterse omstandigheden niet nodig. Merkt u dat de vogels last hebben van de lage temperatuur, dan kunt u ze beter binnenshuis laten overwinteren. Spitsstaartamadinen geeft u als basisvoer een zaadmengsel voor kleine tropische vogels. Tijdens het broedseizoen hebben de dieren daarnaast veel behoefte aan eivoer, gekiemde zaden, onkruidzaden, halfrijpe zaden en ook klein levend voer. Geef steeds minimale hoeveelheden groenvoer en fruit, want ze hebben snel last van ingewandstoornissen. Grit en scherpe maagkiesel horen altijd beschikbaar te zijn, zodat de vogels er naar behoefte van kunnen opnemen.

Spitstaartamadinen kweken zowel in ruime broedkooien als in de voliere. Een gesloten nestkastje van 10x10x10 tot 15x15x15 cm groot met een invliegopening van ongeveer 3 cm doorsnee is heel geschikt voor ze. Als  nestmateriaal komen hooi, uitgeplozen silsatouw, veertjes en grashalmpjes in aanmerking. Er worden ongeveer 4 tot 6 eitjes gelegd, die afwisselend door het mannetje en het vrouwtje bebroed worden. Na ongeveer 11 tot 12 dagen komen de jongen ui het ei. De eerste levens week en vaak ook daarna hebben de jongen veel behoefte aan dierlijke eiwitten, die in ruime mate aanwezig moeten zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan buffalowormpjes. Op een leeftijd van ongeveer drie weken vliegen de jongen uit. Ze kunnen dan nog niet goed voor zichzelf zorgen en worden nog een poosje door de ouders gevoerd en begeleid. Eenmaal zelfstandig, vaak al op een leeftijd van 5 weken, kunnen de jongen beter uitgevangen worden . Het mannetje duldt ze dan vaak niet meer in de buurt van het nest. Een goed kweekstel in uitstekende conditie kan meerdere legsels per seizoen grootbrengen.

Share:

TOP

Door drukte bij PostNL kan de bezorging wat later zijn dan je gewend bent

Let op! Het is momenteel erg druk bij PostNL. Wij doen ons uiterste best om alle bestellingen zo snel mogelijk te versturen. Onze excuses voor enige vertraging.

Informatie over het verzenden van onze pakketten is te vinden via deze link.